Jacqueline Kampman neemt na meer dan twintig jaar afscheid van HOVO Noord-Nederland!
In dit afscheidsinterview blikt terug op haar tijd bij HOVO.

“En als dan de nieuwe studiegids weer op de mat lag en de inschrijvingen binnen rollen, dat was ik weer heel trots op HOVO. Als dan mijn voorgangster zei ‘het is weer een mooi programma geworden, Jacqueline’
Heb je zoiets altijd willen doen, onderwijs specifiek voor ouderen?
Nee, zoiets neem je je echt niet voor als je gaat studeren, HOVO bestond toen trouwens ook helemaal nog niet. Ooit, als 12-jarige, wilde ik eigenlijk dierenarts worden, net als mijn moeder. Maar ik zag al snel dat dat eigenlijk ook vaak nogal vies was, met al die honden met ontstoken oren en katten met schilfers. Dus aan het einde van de middelbare school werd het de geschiedenisstudie. Ik had ook wel gedacht aan psychologie, maar de fascinatie voor menselijke drijfveren en de relatie individu/maatschappij kon ik ook bij geschiedenis wel kwijt. Een studie met heel veel verschillende kanten en met veel ruimte voor taal en cultuur bleek voor mij toch wel het meest geschikt. Psychologie vind ik nog steeds leuk trouwens.
Na de studie heb ik van alles gedaan, het was toen nog niet zo eenvoudig om een leuke baan te vinden. Ik heb gewerkt bij het Mensenrechtencentrum, wat boekjes geschreven en twee dochters gekregen, ook al een baan op zich. En in de loop van die tijd kwam HOVO op mijn pad. HOVO was in 1986 begonnen maar ik kwam er pas veel later, in 1994 ofzo, voor het eerst mee in contact. Ook bij HOVO heb ik toen, incidenteel, van alles en nog wat gedaan: cursussen georganiseerd, colleges gegeven en een klein gedenkboekje over 10 jaar HOVO geschreven. En toen kreeg ik een baan bij het Museumproject van het UMCG, toen nog AZG. Dus HOVO kwam op de achtergrond, maar ik bleef wel in contact.
Hoe kwam je dan weer bij HOVO terecht?
Dat ik uiteindelijk als coördinator weer bij HOVO terecht kwam is omdat ik daarvoor werd gevraagd. Maar dat is natuurlijk een beetje kort door de bocht. Ik had HOVO (de Senioren Academie) ondertussen goed leren kennen en vond het een heel mooie instelling. En het werk bij de Museumcollectie van het ziekenhuis was weliswaar leuk, maar wel erg in de marge van waar het bij zo’n ziekenhuis echt om draait.
Dat was bij HOVO heel anders, daar kwam ik in het centrum van de organisatie te staan. Het bood me de mogelijkheid om heel veel verschillende dingen te organiseren en te doen, en daarbij te profiteren van de kennis van heel veel mensen. En dat dan óók nog voor een groep mensen met een brede interesse, vanuit verschillende achtergronden, die heel graag iets nieuws wilden leren en ook duidelijk lieten merken dat ze de aangeboden cursussen leuk en belangrijk vonden.
En, heeft het werken bij HOVO aan de verwachting voldaan?
Jazeker, anders had ik het vast niet zo lang volgehouden. HOVO vond en vind ik nog steeds een prachtige instelling. De docenten dragen de kennis over die zij zelf belangrijk, interessant en leuk vinden en de cursisten kiezen voor wat zij leuk, belangrijk en interessant vinden. HOVO zit hier als een soort intermediair tussen en organiseert en faciliteert het onderwijsaanbod.
Wat vind je het mooiste dat je in je tijd bij HOVO hebt meegemaakt?
Dan herhaal ik toch eigenlijk wat ik al eerder zei. Er zijn veel mooie dingen te noemen die eigenlijk allemaal raken aan de relatie tussen de docenten en de cursisten. Er zijn de inspirerende colleges en lezingen, heel verschillend en zoveel mogelijk ‘voor elk wat wils’ mits van een goed, verantwoord niveau. Colleges die soms uitlopen in bijna theatervoorstellingen zoals Hans Renner die tijdens zijn colleges Napoleon laat opdraven, maar op heel ander terrein bijvoorbeeld ook een lezing over het omgaan met Alzheimer, een zwaar onderwerp en een lezing die ook veel mensen uit het vakgebied, van buiten de reguliere groep cursisten trok. Maar bijvoorbeeld ook de excursies door het Groningse land, waarbij je veel ziet waar je zonder kennis aan voorbij gaat.
En dat staat eigenlijk centraal in alles wat HOVO biedt. Dat je iets leert of te weten komt, dat je bestaande kennis aanvult en soms zelfs helemaal laat kantelen. Ik streefde ernaar dat iedereen na een HOVO college op een feestje kan zeggen ‘wat ik nu laatst toch heb geleerd…, dat heb ik nou nooit geweten.’
Maar dat is de ene kant, de andere kant is dat ook de docenten er plezier aan beleven en dat het ook hen veel oplevert. Een van de opmerkingen die ik vaak van docenten heb gehoord is ‘dat ze er zelf weer zoveel van hebben geleerd’.
Het HOVO onderwijs is een zeer ‘wederzijdse’ relatie tussen cursist en docent, ook al hanteren we meestal de, tegenwoordig wat ouderwets gevonden, vorm van een (hoor) college. Want niet alleen de docenten brengen hun gespecialiseerde kennis in, de cursisten doen dat vanuit hun eigen vakgebieden en levenservaring ook. En die cursisten hebben heel wat kennis in te brengen, na een lang werkzaam leven. Het is wat dat betreft een groot voordeel, een ouder publiek.
En voor mij was het natuurlijk prachtig dat je iets kunt organiseren waar mensen zo blij mee zijn. Dat is echt het belangrijkste, dat mensen met zoveel plezier de cursussen en ook laten weten dat ze het fijn vonden.
“En dat staat eigenlijk centraal in alles wat HOVO biedt. Dat je iets leert of te weten komt, dat je bestaande kennis aanvult en soms zelfs helemaal laat kantelen. Ik streefde ernaar dat iedereen na een HOVO college op een feestje kan zeggen ‘wat ik nu laatst toch heb geleerd…, dat heb ik nou nooit geweten.’
Soms gaat het natuurlijk mis, dan voldoet een cursus niet aan de verwachtingen van de cursisten of valt het gewoon tegen. Er worden ook nogal wat eisen aan HOVO docenten gesteld, zij moeten niet alleen hun vakgebied beheersen en de kennis over kunnen dragen, ze moeten ook nog kunnen inspelen om een heel gevarieerd publiek met heel verschillende achtergronden en geestelijke bagage.
Maar heel vaak gaat dit heel goed. In een van de laatste evaluaties zei een cursist dat de cursus van de docent een verrijking van zijn leven had betekend. Dat is natuurlijk niet mijn verdienste, maar die van de docent. Maar vanuit HOVO ben ik daar dan toch heel blij mee.
En als dan de nieuwe studiegids weer op de mat lag en de inschrijvingen binnen rollen, dat was ik weer heel trots op HOVO. Als dan mijn voorgangster zei ‘het is weer een mooi programma geworden, Jacqueline’
Ga je HOVO missen?
Ja, vast wel. Die nieuwe studiegidsen twee keer per jaar, op zondagavond even kijken hoe het staat met de inschrijvingen en wat er de komende week weer op het programma staat. En natuurlijk het contact met collega’s en docenten, af en toe eens bij een college langs gaan en daar praten met cursisten.
Maar ik vind het ook fijn om nu over mijn tijd te kunnen beschikken. Om niet, bij het oppassen op de kleinzoons, toch nog even de laptop tevoorschijn te halen om wat na te kijken of bij te stellen. Om gewoon in september met vakantie te kunnen gaan, de maand waarin alles opstart en je dus eigenlijk nooit weg kan. En om wat om te klooien in de volkstuin en te kijken hoe de tomaatjes in de kas het wel (of niet) doen.
En nu misschien zelf eens wat cursussen volgen. Voor een hele cursus heb ik eigenlijk nooit tijd gehad en het was toch altijd, hoe leuk ook, een beetje ‘werk’. En dat is nu niet meer zo. Ik weet nog niet wat ik voor cursussen zal gaan volgen, ik vind veel dingen de moeite waard. Ooit maakten we bij HOVO een onderscheid tussen ‘hoppers’ en ‘doorlopers’. De ‘doorlopers houden het bij een thema of vakgebied, de ‘hoppers’ gaan van het een naar het ander. Ik ben, denk ik, meer een hopper. (Met stiekem wat extra belangstelling voor de geschiedenis, natuurlijk.)
Ik reken dan ook op een mooie toekomst voor HOVO, met veel boeiende cursussen waarbij de belangstelling van de oudere cursist leidend is. Minstens tot ik 100 ben.