Menu

Fries recht in context

Van boeteregister tot en met de Friese Landsordonnantie

Fries recht in context
  • Cursusnummer: 20WF10
  • Vakgebied: Geschiedenis
  • Locatie: Leeuwarden
  • Seizoen: Winter 2020 (start januari-maart)
  • Dag: Vrijdag
  • Uiterste inschrijfdatum:
    14 Feb 2020
  • Tijd: 11.00-13.00 uur
  • Cursusdata: 28 februari t/m 27 maart
  • Prijs: € 123.50
  • Aantal colleges: 5
  • Werkvorm: Hoorcollege
  • Cursusmateriaal:

    Hand-outs. De powerpoints van dit college worden niet digitaal beschikbaar gesteld

Fries recht in context

Het doel van de cursus is de cursist kennis te laten maken en inzicht te geven in de rechtsbronnen die van de Oudheid tot en met de vroegmoderne tijd in Friesland hebben gegolden. Wat staat er bijvoorbeeld in de lex Frisionum (9e eeuw) en de Friese Landsordonnantie (1602)? Waarom is de Landsordonnantie van 1602 in 1723 herzien? Welke middeleeuwse bronnen zijn er? Wat is het Romeinse recht van keizer Justinianus (482-565)? Hoe komt dit Romeinse recht in Friesland terecht? Welk recht werd er aan het Hof van Friesland gebezigd? Wat was de verhouding tussen het Friese en het Romeinse recht? Tot wanneer gold het Rooms-Friese recht? En: wanneer en waarom is het Friese recht en het Romeinse recht afgeschaft? 

Van de Oudheid, via de middeleeuwen tot en met de vroegmoderne tijd worden de bronnen in hun samenhang en hun context van de tijd belicht. 

Programma 

In het eerste college staat het ontstaan van de onderdelen (Instituten, Digesten en Codex) van het Corpus iuris civilis van keizer Justinianus centraal. 

De colleges twee en drie betreffen de middeleeuwen. Hierin komen onder andere het ius proprium (lex Frisionum), de herontdekking van het Corpus iuris civilis en de Friese Codices aan de orde. 

De vroegmoderne tijd is de tijdspanne van het vierde en vijfde college. Het thema van deze colleges is de doorwerking van het Romeinse recht in de Friese rechtspraktijk. Het Friese recht wordt behandeld aan de hand van de Friese Landsordonnantie uit 1602. Aan de hand van één zaak van de advocaat van het Hof van Friesland, Henricus Popta (1635-1712), wordt kort ingegaan op de verhouding tussen het Friese en het Romeinse recht. In dit licht komen ook andere rechtsgeleerde werken, zoals de Heedendaegse Rechtsgeleertheyt ... van Ulrik Huber (1636-1694) en het commentaar van Simon Binckes (1731-1786) op de herziening van de Friese Landsordonnantie 1723, aan bod.

Hylkje de Jong

Dr. mr. Hylkje de Jong studeerde onder andere Klassieke Talen en Rechten. Per 1 december 2019 is zij benoemd tot hoogleraar Rechtsgeschiedenis aan de Vrije Universiteit te Amsterdam